De koekoek is een zomergast die vanuit tropisch Afrika naar Europa trekt. Vanaf midden april tot begin mei kan je de eerste typische koe-koek roep horen op het platteland. De vogel zelf te zien krijgen is heel wat moeilijker; ze zijn onopvallend van kleur en nog schuw ook...!
De koekoek heeft een geheimzinnige broedstrategie. In plaats van zelf een nest te bouwen en hun jongen groot te brengen gaan ze op zoek naar gastgezinnen. Wanneer een vrouwtje koekoek een geschikt nest vindt van een heggenmus of graspieper, wacht ze tot de echte ouders even weg zijn. Ze neemt een ei weg en legt snel een eigen ei.
De jonge koekoek komt al na 12 dagen uit het ei en duwt snel de eieren of jongen van het gastgezin uit het nest. De gedwongen pleegouders verzorgen het koekoeksjong ongeveer 19 dagen in het nest en nog 2 weken na het uitvliegen. Het koekoeksjong is ondertussen al veel groter dan de pleegouders.
Volwassen koekoeken zijn één van onze eerste zomergasten die ons verlaten. Ze hebben geen gezin om groot te brengen en zijn dus vrij om snel te vertrekken. Dit doen ze dan ook al in de maand juli. De jonge koekoeken verlaten Europa in de maand augustus wanneer ze volgroeid zijn, ze zien dus nooit hun echte ouders!
Er is weinig bekend over de trekroutes van de koekoek. Ze trekken naar het zuiden via Spanje en het zuiden van Italië, waar ze stoppen om vetreserves op te doen voor ze naar Afrika trekken. Sommige wetenschappers zijn overtuigd dat de koekoek in staat is om in 1 enkele vlucht de Middelandse Zee en de Sahara over te steken, een vlucht van ongeveer 3.000 km.
De enige geringde koekoek die uit Afrika werd gemeld was uit Kameroen in centraal Afrika. Maar uit waarnemingen blijkt dat de koekoek ook zuidelijker opduikt. Onze koekoek roept niet in het wintergebied en blijft dus moeilijk te ontdekken.