De zwaluw is wellicht de bekendste lentebode. Ze bereiken Europa rond half april, sommige na een lange vlucht vanuit zuidelijk Afrika. De terugreis duurt ongeveer 4 weken en de mannetjes komen meestal eerst terug.
Begin mei zijn de meeste zwaluwen aan het broeden. Ze zoeken hun nestplaats in een open landschap, vaak in de nabijheid van water en broeden steeds in een gebouw of tegen een andere menselijke constructie zoals een brug. Ze brengen 3 tot 6 jongen groot per broedsel. De eerste jongen zijn begin juli zelfstandig en verlaten het nest. Veel ouders proberen dan een tweede broedsel groot te brengen en soms zelfs een derde.
Begin september gaan de meest boerenzwaluwen op trek. Ze vliegen schijnbaar lusteloos rond en verzamelen zich in groepjes bijvoorbeeld op telefoondraden. De jonge vogels van de eerste broedsels vertrekken het eerst. De laatste achterblijvers kan je nog ontdekken in oktober.
De najaarstrek duurt ongeveer 6 weken. De overwinteringsgebieden zijn verschillend voor zwaluwen uit andere delen van Europa. Onze zwaluwen trekken naar het westen van Afrika via Frankrijk, Spanje en Marokko naar Senegal en andere landen in het westen van Afrika zoals Ghana en Nigeria.
Zwaluwen trekken overdag en vliegen vrij laag. Ze leggen ongeveer 320 km per dag af. Tegen de avond verzamelen ze zich om te slapen in rietvelden of gebouwen. Zwaluwen eten insekten tijdens de vlucht en hoeven dus geen grote vetreserves op te bouwen. Door slechte weersomstandigheden verhongeren veel zwaluwen, maar als ze het overleven kunnen ze tot 16 jaar oud worden.